Kennismaking Prof. Dr. Jan H. Richardus

Jan Hendrik Richardus
Jan Hendrik Richardus

Jan Hendrik Richardus is arts Maatschappij en Gezondheid, epidemioloog en hoogleraar Infectieziekten en Publieke Gezondheid bij het Erasmus MC in Rotterdam.

Bij zijn huidige onderzoeksactiviteiten richt hij zich op de bestrijding van besmettelijke ziekten, met name de ontwikkeling en evaluatie van bestrijdingsmaatregelen door middel van epidemiologische methoden zoals mathematische simulatiemodellering. In de afgelopen jaren heeft hij daarnaast studies opgezet met betrekking tot sociale en gedragsmatige aspecten bij de preventie van infectieziekten. Zijn interesse gaat met name uit naar besmettelijke ziekten die chronisch van aard zijn en met complicaties op lange termijn, zoals de mycobacteriële ziekten tuberculose, lepra en virale hepatitis B.

Door zijn eerdere werk met The Leprosy Mission International (TLMI) heeft hij jarenlange ervaring met lepra. Zijn deskundigheid ligt met name in de overdracht van de leprabacterie M. leprae en de preventie van handicaps bij leprapatiënten.

Hij heeft leiding gegeven aan een groot gerandomiseerd klinisch onderzoek in Bangladesh naar het effect van chemoprofylaxe met rifampicine bij contactpersonen van leprapatiënten (de COLEP-studie). Momenteel leidt hij een onderzoek in Bangladesh waarbij de combinatie van chemoprofylaxis met rifampicine en immunoprofylaxis met het BCG vaccin onder contacten bij leprapatiënten wordt bestudeerd (MALTALEP-studie).

BangladeshHij is lid en adviseur van diverse internationale samenwerkingsverbanden met betrekking tot lepra onderzoek, met inbegrip van het IDEAL consortium. Met betrekking tot tuberculose heeft hij de leiding gegeven aan studies in Nederland en in Indonesië.

Een ander belangrijk onderzoeksonderwerp is virale hepatitis B. Focus ligt hierbij op de verspreiding van chronische hepatitis B, de toepassing van moleculaire epidemiologische technieken in de praktijk van de gezondheidszorg, de identificatie van risicogroepen (voornamelijk migranten) en de beoordeling van strategieën om nieuwe infecties te voorkomen en de behandeling en verwijzing van bestaande patiënten met chronische hepatitis B te optimaliseren.

Naast bovenstaande is hij betrokken bij diverse andere studies naar besmettelijke ziekten, onder andere via internationale samenwerkingsverbanden met China over influenza, met Indonesië op tuberculose en met Zuid-Afrika over hiv/aids.

Diverse lepra projecten Erasmus MC

Onderzoeksleider

Prof. Dr. J.H. Richardus

Samenvatting

Prof. Dr. Richardus is momenteel betrokken bij vier grote onderzoeksprojecten op het terrein van lepra; TENLEP, MALTALEP, IDEAL en LPEP (zie onder).

Voor het TENLEP project, waarin onderzoek wordt gedaan door middel van klinische trials naar de vroegtijdige behandeling van  zenuwbeschadiging, begeleidt hij de promovendus Inge Wagenaar, die bij het Erasmus MC is aangesteld.

De MALTALEP trial, die in 2011 begon in Bangladesh, is een trial met 20.000 deelnemers, waar wij het preventieve effect onderzoeken van de combinatie van chemoprofylaxe met rifampicine en immunoprofylaxe met het BCG vaccin onder contacten van leprapatiënten.

Onderzoek in Bangladesh
Onderzoek in Bangladesh

Tevens is hij in Bangladesh betrokken bij het IDEAL onderzoek. In dit project worden de nieuwe immunologische testen, die zijn ontwikkeld door Dr. Annemieke Geluk van het LUMC in Leiden, op grote schaal onderzocht in het veld. Op de MALTALEP en IDEAL projecten is de promovendus Renate Verbiest aangesteld.

Tenslotte is in 2014 het LPEP (Leprosy Post Exposure Prophylaxis) project begonnen. Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de Leprastichting, met financiële ondersteuning van Novartis Foundation for Sustainable Development. Het is een proefproject in zes landen om te onderzoeken hoe chemoprofylaxe met rifampicine onder contacten van leprapatiënten het beste kan worden geïmplementeerd. Erasmus MC is betrokken bij de monitoring en evaluatie van het project.

Projecten

  • Treatment of Early Neuropathy in Leprosy. (TENLEP)
  • The combined effect of chemoprophylaxis with rifampicin and immunoprophylaxis with BCG, in the prevention of leprosy in contacts: a randomized controlled trial. (MALTALEP)
  • Application of immunodiagnostic tools for early detection of leprosy in the field. (IDEAL)
  • Leprosy Post Exposure Prophylaxis study. (LPEP)

Meer informatie kunt u vinden in bijgaand document: Richardus 2013 BMC Infectious Diseases

Scriptie Lisanne van Muiden: Dieet-gerelateerde risicofactoren voor lepra in NW Bangladesh

Dietary diversity and the lack of household food stocks are diet-related risk factors for leprosy in North-west Bangladesh: a case-control study

A.E.T. van Muiden (1), I.M. Wagenaar (2), prof. dr. J.H. Richardus (3) and dr. ir. G. Smant (4). May 2014.

(1) MSc student Biology of Health and Disease of Wageningen UR, Wageningen, (2) PhD student of the Department of Public Health, Erasmus MC, Rotterdam and daily supervisor, (3) Professor of the Department of Public Health, Erasmus MC, Rotterdam and supervisor and (4) Assistant Professor of the Subdivision of Nematology, Wageningen UR, Wageningen and supervisor.

Samenvatting

Hoewel de prevalentie van lepra afneemt, is de bestrijding ervan nog niet in alle landen gerealiseerd. Aangenomen wordt dat lepra nauw verbonden is met armoede, maar er is twijfel welke aspecten van armoede hieraan gekoppeld zijn. Zo worden voedseltekorten beschouwd als risicofactor voor lepra. Het doel van deze studie is om de verschillen in voedingspatronen te identificeren van onlangs gediagnosticeerde leprapatiënten in Noordwest Bangladesh, tijdens de voedseltekorten in de periode van september tot eind november 2013.

Hiertoe is een patiëntonderzoek uitgevoerd in de lepra endemische districten Nilphamari en Rangpur in Noordwest Bangladesh. De gegevens werden verzameld met behulp van een gestructureerde vragenlijst tijdens huisbezoeken. De vragen betroffen bevolkingssamenstelling, socio-economische aspecten, gezondheid en voeding. Bovendien werden antropometrische metingen verricht en werd er een DDS (diet diversity score) berekend. De resultaten werden geanalyseerd met behulp van logistische regressie.

Tweeënvijftig lepra patiënten en 100 personen in de controlegroep werden geïnterviewd. De belangrijkste gezondheid- en dieet-gerelateerde factoren waren de BMI (body mass index) de DDS (diet diversity score) en de aanwezigheid van huishoudelijke voedselvoorraden. Andere belangrijke factoren waren de huishoudelijke uitgaven aan voedsel en de grootte van de grond in eigendom. Nadat alle factoren gecombineerd waren in het uiteindelijke model, bleef alleen de ‘voedseluitgaven’ als significante risicofactor voor lepra in Noordwest Bangladesh over. Uit diepere analyse op de diversiteit van het dieet is gebleken dat een gebrek aan ‘vlees en vis’ en ‘andere groenten en fruit’ in het dieet risicofactoren zijn voor lepra in Noordwest Bangladesh.

Deze studie toont daarmee aan dat de BMI, de DDS en huishoudelijke voedselvoorraden de belangrijkste gezondheid- en dieet-gerelateerde risicofactoren voor lepra zijn. Een DDS onder 4, een lage inname van ‘andere groenten en fruit’ en een lage inname van ‘vlees en vis’ zijn goede voorspellers voor lepra. Derhalve kan onderwijs in voeding hoge potentiële impact hebben.

Download hier het volledige artikel: Report Lisanne van Muiden 20140522

 

 

 

Kennismaking Prof. Dr. Henry J.C. de Vries

Dr. Henry J.C. de Vries
Henry de Vries (foto J. Oerlemans)

Henry de Vries (1967) is dermatoloog-veneroloog met expertise in huidinfecties, vooral seksueel overdraagbare infecties en tropische huidziekten. Zijn promotie onderzoek in 1994 had als onderwerp huid wondheling en werd beloond met de Leidse Hypocrates Studie prijs 1995, en de Sandoz onderzoeksprijs 1997.

In 2010 werd hij benoemd tot hoogleraar huidinfecties in het bijzonder lepra bij de Universiteit van Amsterdam vanwege de Gastmann-Wichersstichting. Momenteel is hij werkzaam bij de afdeling Dermatologie van het AMC in Amsterdam waar hij elke maandag leiding geeft aan de polikliniek voor infectieziekten van de huid in het bijzonder tropische huidaandoeningen zoals leishmaniasis en lepra.

Daarnaast werkt hij als opleider van dermatologen in opleiding bij de GGD SOA polikliniek in Amsterdam, de grootste polikliniek van Nederland met rond de 40.000 nieuwe consulten per jaar. In samenwerking met het streeklaboratorium en de onderzoeksafdeling van het cluster infectieziekten van de GGD Amsterdam geeft hij leiding aan een onderzoekgroep waar binnen 9 promovendi werken.

De Vries heeft 127 PubMed geregistreerde publicaties waarvan 25 als eerste en 32 als laatste auteur (peildatum 7 juli 2014). Verder is hij als expert op het gebied van de curatieve SOA zorg verbonden aan het Centrum Infectieziektenbestrijding van het RIVM en is hij lid van de Gezondheidsraadcommissie voor de bestrijding van baarmoederhalskanker. De Vries is tevens bestuurslid van de stichting Bethesda die zich inzet voor leprapatiënten in Suriname en de Gastmann-Wichersstichting ter bestrijding van lepra in Nederland.

Recente onderzoeksonderwerpen:

  • Cutane leishmaniasis, een parasitaire huidinfectie die vanuit Zuid-Europa oprukt naar hogere breedte graden en frequent wordt gezien onder reizigers die terugkeren uit endemische gebieden.
  • Stigma en zelfredzaamheid van ex-lepra patiënten in Nederland. Het betreft een kleine maar onderbelichte groep bij wie veel verborgen leed bestaat.
  • Lymfogranuloma venereum (LGV), hepatitis C (HCV) en HPV gerelateerde voorloperstadia van anuscarcinoom, drie opkomende SOA die veel voorkomen onder hiv positieve homomannen.
  • Snel diagnostiek van veel voorkomende SOA zoals gonorroe en chlamydia. Met jaarlijks ruim 500 miljoen nieuwe goed behandelbare SOA infecties bestaat er een grote behoefte aan snelle diagnostiek die ook beschikbaar is in arme landen waar de meeste infecties worden gevonden.
  • De epidemiologie en de behandeling van antimicrobiële multiresistente gonorroe. De huidige eerste keuze behandeling van gonorroe wordt bedreigd door resistente bacterie stammen. Er is vooralsnog geen bewezen alternatieve behandel optie beschikbaar.
  • Het in kaart brengen van SOA transmissie netwerken. Dit onderzoek kan waardevolle informatie leveren voor de ontwikkeling van doelmatige preventie strategieën.

Sociale participatie van diabetes en ex-lepra patienten in Nederland en patientvoorkeur voor gecombineerde zelfhulpgroepen

Onderzoeksleiding

Prof. Dr. Henry J.C. de Vries (in samenwerking met Roos de Groot en Wim H. van Brakel)

Inleiding

In eerder onderzoek werd aangetoond dat neuropatische complicaties de sociale participatie van ex-lepra patiënten beperken, zelfs in een niet-inheems lepra gebied als Nederland. Zelfhulpgroepen voor ex-lepra patiënten kunnen de eigenwaarde van deelnemers versterken en verdere handicaps voorkomen door het uitwisselen van kennis en ervaringen. Voor niet-inheemse lepragebieden, met een zeer laag aantal leprapatiënten, is een zelfhulpgroep uitsluitend voor (ex-)lepra patiënten waarschijnlijk niet haalbaar. Een gecombineerde groep met patiënten die allen geconfronteerd worden met vergelijkbare  ervaringen, zou efficiënter kunnen zijn dan specifiek op lepra gerichte zelfhulpgroepen.

In dit onderzoek is de vergelijkbaarheid in sociale beperkingen van diabetes patiënten en ex-lepra patiënten onderzocht. Bovendien werd onderzocht in hoeverre een gecombineerde zelfhulpgroep voor ex-lepra- en diabetes patiënten wenselijk en aanvaardbaar zou zijn.

Methode: De sociale participatie werd bestudeerd op basis van semi gestructureerde diepte-interviews en een participatie vragenlijst, met 41 diabetische patiënten, en vergeleken met de gegevens van 31 ex-lepra patiënten uit een voorgaande studie. Bovendien werd een inventarisatie gemaakt van de potentiële sterktes en zwaktes en van de houding ten opzichte van gecombineerde zelfhulpgroepen voor diabetes patiënten met neuropathie.

 Resultaten

De volgende onderwerpen komen naar voren bij diabetes patiënten: ziekteconfrontatie, afhankelijkheid, conflicten met partner of verwanten, gevoelens van minderwaardigheid, stigma, het afzien van sociale activiteiten, angst voor de toekomst, gebrek aan informatie en het verbergen van de ziekte. Deze thema’s zijn zeer gelijkwaardig aan die welke geuit worden door de eerder geïnterviewde ex-lepra patiënten. De laatste groep benoemt echter vaker stigmatisering en onwetendheid over de ziekte onder de Nederlandse gezondheidszorg medewerkers.

Ex-lepra patiënten ondervinden stigmatisering op meerdere fronten, terwijl diabetes patiënten zich voornamelijk minderwaardig voelen. Diabetes patiënten ervaren in 39% van de gevallen enige vorm van participatie beperking, in tegenstelling tot 71% van de ex-lepra patiënten. Diabetes patiënten erkennen de vergelijkbaarheid met lepra voor wat betreft hun neuropatische klachten. Echter, slechts 17% had interesse in gecombineerde zelfhulpgroepen. De meeste voorkeur gaat uit naar ziektespecifieke zelfhulpgroepen alleen gericht op diabetes patiënten. Dit zou met name komen doordat zij deelname aan een zelfhulpgroep ervaren als de zoveelste ziektegerelateerde belasting, in plaats van een kans om minder afhankelijk te worden van de diensten van de gezondheidszorg.

Conclusie

De fysieke complicaties en sociale problemen van ex-lepra en diabetes patiënten met neuropathie zijn vergelijkbaar. Beide groepen hebben maatschappelijke beperkingen, maar in tegenstelling tot de diabetes patiënten, worden ex-lepra patiënten meer geconfronteerd met stigma. Ondanks het feit dat diabetes patiënten een voorkeur hebben voor ziektespecifieke en homogene zelfhulpgroepen, denken wij dat gecombineerde groepen met ex-lepra patiënten en andere patiënten die chronische wondzorg nodig hebben, een veelbelovende strategie kan zijn. Daarom is verder onderzoek gerechtvaardigd ten aanzien van de acceptatie en impact van zelfhulpgroepen, als strategie ter verlaging van de sociale beperkingen van ziekten die neuropathie veroorzaken.

Voor uitgebreidere informatie, download bijgaand document: Social participation leprosy diabetes de Vries Front Med 2014 fmed-01-00021

Sociale implicaties van lepra in Nederland

Onderzoeksleider

Prof. Dr. Henry J.C. de Vries (in samenwerking met Roos de Groot en Wim H. van Brakel)

Samenvatting

In Nederland is lepra een zeldzame en niet-inheemse ziekte, die zich nog steeds voordoet als een ‘import ziekte’. Echter, een aanzienlijke groep mensen afkomstig uit de voormalige koloniën, is getroffen door lepra en lijdt aan neuropatische complicaties (complicaties aan de zenuwen). Deze studie onderzoekt de sociale gevolgen van lepra voor betrokkenen in Nederland.

Onderzoeksmethode: Er zijn eenendertig mensen geïnterviewd die getroffen zijn door lepra en zes medische lepra deskundigen. De sociale gevolgen zijn gemeten door middel van semi-gestructureerde interviews.

Resultaten: Zelfstigma, schaamte en geheimhouding worden vaak gemeld. Discriminatie en stigmatisering van ex-lepra patiënten door mensen om hen heen, lijkt een minder frequent probleem. Desondanks lijken mensen getroffen door lepra een vergeten groep te zijn met veel sociale beperkingen. Dit als gevolg van een lage eigenwaarde en verminderde sociale participatie. Medische deskundigen lijken zich niet bewust van de ernst van lepragerelateerde vormen van stigma bij hun patiënten. Ex-lepra patiënten geven aan een gebrek aan lepragerelateerde informatie en (groeps-)ondersteuning te krijgen. Als gevolg van het relatief  lage aantal patiënten en  het gebrek aan bewustzijn onder artsen, wordt de diagnose lepra vaak pas in een laat stadium en na een reeks aan bezoeken langs verschillende specialisten gesteld (gemiddeld duurt dit 1,8 jaar).

Conclusies: Lepra heeft wel degelijk een stigmatiserende invloed op het sociale leven van patiënten, zelfs in een niet-endemische gebied zoals Nederland. Bijna alle respondenten werden getroffen door zelfstigma. Er is behoefte aan 1) meer informatie en ondersteuning voor patiënten en 2) bewustwording onder professionals.

Voor uitgebreidere informatie, download bijgaand document: Stigma in leprosy in NL de Groot Leprosy review 2011

Kennismaking Prof. Dr. Annemieke Geluk

Annemieke Geluk Phd
Annemieke Geluk

Immunoloog en chemicus Prof. Dr. Annemieke Geluk is hoogleraar immunodiagnostiek van mycobacteriële infectieziekten, in het bijzonder lepra, bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

Na haar doctoraal scheikunde aan de Universiteit van Leiden en de Universiteit van Virginia in Charlottesville, USA (1989), werkte zij bij Cytel Corporation in San Diego, USA (1993). In 1995 behaalde zij  haar doctoraat   aan de Universiteit van Leiden (titel proefschrift: HLA-DR3 / Peptide / T-cel interacties) en werkte als visiting scientist aan  de Mayo Clinic in Rochester, USA (1996, 1997).

In 1996 ontving zij een fellowship van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (1996-2001). Gedurende deze periode richtte zij zich op de immunologie van lepra en tuberculose, met name de identificatie van humane T-cel epitopen, die essentieel zijn voor immuniteit en/of immunopathologie, alsook biomarkers ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe immunodiagnostische testen voor lepra en tuberculose.

Geluk is lid van het Europese TBVI consortium van de ‘Steering Committee’ van IDEAL (Initiative for Diagnostic and Epidemiological Assays for Leprosy), een groot internationaal consortium bestaande uit 31 research instituten met jarenlange ervaring in lepraonderzoek.

Onderzoek in Bangladesh

Het onderzoek van Geluk richt zich momenteel op immunodiagnostiek van lepra, hetgeen zowel basaal-, translationeel- als toegepast (veld)onderzoek betreft, en op de ontwikkeling van nieuwe vaccins voor tuberculose. Voor deze ziekten ontwerpt en coördineert zij verschillende grootschalige, multi-center studies in bijvoorbeeld Bangladesh, Brazilië, Ethiopië en Nepal.

Daarnaast heeft zij op de afdeling Infectieziekten van het LUMC een referentie centrum opgericht voor de serologische immunodiagnostiek  van leprapatiënten in Nederland.

Grants:

Subsidies werden ontvangen van de Koninklijke Nederlandse Academie voor  Wetenschappen, de Europese Unie, de Nederlandse Lepra Stichting, de Turing Foundation, de Q.M. Gastmann-Wichers Stichting, de ‘Order of Malta-Grants-for-Leprosy-Research’ (MALTALEP), de Heiser Foundation, de Novartis Foundation for Sustainable Development en het EDCTP (European and Developing Countries Clinical Trials Partnership).